De politiek zegt: internet is een basisrecht

Naast een dak boven je hoofd, stromend water in je leiding en voedsel op je bord, is internet een basisbehoefte die voor iedereen toegankelijk moet zijn. Iedereen moet vanuit huis met zijn refurbished iMac of gloednieuwe pc kunnen beschikken over internet, zonder dat gebrek aan geld hier een hindernis bij vormt. Dat vinden verschillende politieke partijen, en er wordt inmiddels gepleit voor gratis internet. Ook zouden Nederlanders geschoold moeten worden in hoe ze binnen de online wereld, die steeds groter en belangrijker wordt, kunnen functioneren. Een derde van de politieke partijen houdt zich nu al met dit onderwerp bezig.

Internet

Binnen deze partijen is eigenlijk iedereen het met elkaar eens op dit punt. Om mee te kunnen doen in de digitale wereld van tegenwoordig is internet een must, en daarom moet het voor iedereen beschikbaar zijn. Bij1 pleit voor gratis toegang tot internet voor iedereen. Andere partijen als D66 en PVDA hebben het over een snelle aanleg van glasvezel en 5G. De Piratenpartij wil dat de mogelijkheid er komt voor mensen om anoniem op internet te kunnen surfen.

Netneutraliteit

In het verkiezingsprogramma van de Piratenpartij en D66 gaat het ook over netneutraliteit. D66 wil niet dat websites door buitenlandse overheden kunnen worden geblokkeerd. De Piratenpartij vindt dat op basis van locatie content niet beperkt mag worden. De SGP richt zich op de filtering waarmee mensen zichzelf en hun kinderen kunnen weren tegen websites met ongewenste content zoals geweld, porno of onzedelijke beelden.

Digitale vaardigheden

Het is belangrijk dat het Nederlandse volk de juiste digitale vaardigheden leert. Dat vindt Bij1, die zich hard maakt voor speciaal onderwijs op het gebied van digitale- en privacy rechten. Wat betreft D66 moeten burgers scholing krijgen zodat ze mee kunnen doen aan de digitale wereld. De partij heeft het over digitale inburgering en pleiten ervoor dat digitale vaardigheden constant bijgeschoold moeten worden, zodat iedereen mee kan draaien in de digitale economie. Dit geldt ook voor politici, bestuurders en ambtenaren.

Wat betreft het CDA moet iedere burger van elke willekeurige sekse en met elke willekeurige achtergrond of leeftijd mee kunnen komen op digitaal niveau. Er moet een plek komen in het onderwijs voor digitaal burgerschap en bedrijven en overheden moet hierin steun bieden en hen die dat nodig hebben.

Een gratis tablet en cursus in hoe deze te bedienen zou voor ouderen beschikbaar moeten worden, volgens 50Plus. Daarnaast moeten er digitaliseringlessen komen voor digibeten.

Het standpunt van de PvdA betreft dat laaggeletterdheid bestreden moet worden. Iedereen moet mee kunnen komen in de digitale samenleving en scholen moeten middelen krijgen om hier in te kunnen onderwijzen. Voor volwassenen moeten er meer taallessen komen die betaalbaar en laagdrempelig zijn.

Duidelijk is dat internet een grote rol is gaan spelen in de maatschappij. Wat betreft de politieke partijen is het belangrijk dat we als land met de tijd meegaan en de modernisering in de basisbehoeften gaan doorvoeren.

Taartgooien: een politiek actiemiddel

Het werkwoord “taarten” betekent: het gooien van een taart naar iets of iemand. De meest voorkomende vorm van taarten is het gooien of drukken van een slagroomtaart in iemands gezicht. Veel mensen kennen dit fenomeen uit de film- en amusementsindustrie, maar wist je dat taarten ook een politiek actiemiddel is dat redelijk populair is?

Buiten de film- en amusementsindustrie wordt een taart gooien naar of in het gezicht drukken van een specifiek persoon als een manier gezien om de onvrede over die persoon op een fysieke manier uit te drukken. Er wordt als het ware geweldloos geprotesteerd en je zou de vertoning kunnen beschouwen als een kluchtige variatie op moddergooien. In de encyclopedie wordt moddergooien omschreven als “iemand door het slijk halen”, wat zoveel betekent als “het aantasten van iemands eer” of “het vertellen van lelijke dingen over iemand”. Zou jij ook wel eens iemand willen “taarten”? Ga dan naar https://www.jeeigentaart.nl/, bestel een taart met heel veel slagroom en gooien maar!

In de afgelopen decennia zijn er diverse bekende politici en zakenmensen “getaart”, waaronder Frits Bolkenstein en Bill Gates in 1998, Gerrit zalm in 1999 en Pim Fortuyn in 2002. Laatstgenoemde kreeg op 14 maart 2002 zelfs meerdere taarten in zijn gezicht gedrukt door diverse activisten. Terwijl ze dit deden scandeerden zij: “Geef racisme geen stem!” en “Op naar de NUL zetels!” Dit alles gebeurde tijdens de presentatie van zijn verkiezingsprogramma en zijn boek “De puinhopen van acht jaar Paars”.

Inmiddels zijn dergelijke taartacties in Nederland een strafbaar feit geworden en wordt het gezien als openlijke geweldpleging in plaats van als een ludiek middel om de onvrede over iemand te uiten. Bovendien is het tegenwoordig steeds lastiger geworden om politici en bekende zakenmensen daadwerkelijk te taarten, wat komt door de flink aangescherpte beveiliging rondom dergelijke prominenten. Dit alles is een gevolg van de spraakmakende en koelbloedige moord op Pim Fortuyn op 6 mei 2002, welke destijds plaatsvond op het Media Park in Hilversum. Taartgooien wordt sindsdien gezien als een doelgerichte en persoonlijke bedreiging.

De Belgische Noël Godin heeft de twijfelachtige eer zich de “Godfather van het taarten” te kunnen noemen. Hij richtte in 1969 namelijk een actiegroep op welke verantwoordelijk is geweest voor diverse taartaanslagen, waaronder die op de voormalige Franse president Nicolas Sarkozy, de zakenman Bill Gates en maar liefst zes maal op de Franse filosoof en journalist Bernard-Henri Lévy. Daarnaast bestaat de actiegroep TAART, waarvan de naam een afkorting is van “Tegen Autoritaire Anti-Revolutionaire Types”. Deze taartgooi-groep heeft de verantwoordelijkheid voor diverse taartgooi-acties opgeëist, waaronder die op oud minister Gerrit Zalm.

Een politiek verslaggever

Er zijn verschillende manieren om politiek verslaggever te worden, maar het belangrijkste is toch wel dat je een passie hebt voor politiek. Er zijn politiek verslaggevers die helemaal geen speciale opleiding hebben gehad, maar met hun journalistieke natuurtalenten in combinatie met hun interesse in politiek toch uitstekende politiek verslaggevers zijn geworden.

Een opleiding volgen

Normaal gesproken is het wel verstandig om een opleiding voor journalistiek te doen of een andere opleiding te volgen die jou bepaalde journalistieke vaardigheden en kennis geeft. Realiseer je wel dat je als nieuws- of politiek verslaggever eigenlijk altijd aan staat. Je moet namelijk altijd bovenop het nieuws zitten, ook in het weekend of in de avond. Soms moeten hier telefoontjes voor worden gepleegd en bepaalde actualiteitenprogramma’s gevolgd worden. Tenslotte moet je als verslaggever het allerlaatste nieuws nauwgezet volgen om je werk goed uit te kunnen voeren.

Een afwisselend beroep

Natuurlijk is het werk heel afwisselend, iedere dag kan er weer wat anders gebeuren. De meeste politiek verslaggevers verzamelen zelf hun materiaal en monteren hier ook zelf items mee, bijvoorbeeld voor de televisie, de radio, voor het internet of de krant. Het leuke daarvan is dat je werkzaamheden ook heel afwisselend zijn. Soms ben je rustig aan het monteren of jezelf ergens inhoudelijk in aan het verdiepen, maar het kan ook zo zijn dat er heel veel nieuws is en dat je overal achteraan moet rennen. Als iets voor een bepaalde tijd af moet zijn kan dat zorgen voor behoorlijk wat werkdruk, maar daartegenover staat dat het een enorme kick geeft wanneer je de gestelde deadline weet te halen. Het is minder leuk wanneer je bijna klaar bent met monteren en er iets gebeurt wat een hele andere kijk op de zaken geeft. Dan moet er snel gehandeld worden om dit alsnog aan te passen. Flexibiliteit, stressbestendigheid en snel kunnen schakelen zijn dus erg belangrijke vaardigheden.

De verkiezingen

De verkiezingen zijn natuurlijk altijd hoogtijdagen voor een politiek journalist. Het kunnen bovendien ook hele onvoorspelbare dagen zijn. Ook als een kabinet valt of als er een politieke rel is ontstaan is er werk aan de winkel voor een politiek journalist. Het is daarnaast belangrijk dat een politiek verslaggever niet alleen laat zien wat de politici willen dat de kijkers zien, maar dat het publiek juist subjectieve informatie krijgt.

De juiste tentakels hebben

Er zijn een aantal onmisbare eigenschappen die een politiek journalist moet bezitten. Zo moet hij of zij een hoge mate van mensenkennis hebben en het vermogen bezitten zich gemakkelijk aan te passen aan de gesprekspartner. Een heel timide en gesloten persoon benader je doorgaans niet op dezelfde wijze als een assertief persoon die erom bekend staat hoog van de toren te blazen. Het is ook belangrijk dat de journalist de politici als normale mensen blijft zien, ook al gaat het om een politicus van een hoog niveau. Heel erg tegen iemand opkijken kan namelijk de objectiviteit belemmeren en het is de taak van de journalist om een objectief beeld te schetsen.

Factchecken is en blijft een belangrijk onderdeel

De onderwerpen die je als politiek verslaggever behandelt kunnen verschillend zijn, maar over het algemeen hebben ze wel een politieke inslag. Het kan ook zijn dat er in de politiek iets speelt, bijvoorbeeld beslissingen over gasboringen, en dat je als journalist besluit om deze maatschappelijke kwestie verder uit te diepen. Meestal wordt er met de redactie overlegd wat belangrijk is en wat niet.

Belangrijker dan ooit

Feiten verifiëren blijft natuurlijk altijd belangrijk, zeker gezien dit de laatste tijd veel kritiek te verduren heeft gehad. Zeker in een tijd waar via de social media kanalen heel gemakkelijk allerlei broodje aap verhalen en onzin kan worden verspreidt, is factchecken nóg belangrijker geworden. Tegelijkertijd wordt het factchecken ook steeds lastiger, waardoor journalisten en onderzoekers aan nieuwe manieren zijn gaan werken om feiten beter te kunnen checken.

Een bepaalde richting op sturen

Daarbij wordt er tegenwoordig regelmatig met een beschuldigende vinger richting journalisten gewezen, bijvoorbeeld vanwege vermeende partijdigheid of het hebben van een gekleurde mening. Terwijl de journalist hard roept dat zijn of haar items betrouwbaar zijn, gaat een steeds grotere groep mensen hieraan twijfelen. Dit heeft ook te maken met het feit dat de overheid, de politiek, het bedrijfsleven, de NGO”s en andere bronnen hun pr professionaliseerden. Deze specialisten verstaan de kunst om de journalistiek in een bepaalde richting te sturen. Ook zijn er door de sociale media een enorm aantal informatiebronnen bijgekomen, maar is het soms lastig om te zien of het om een nepaccount of een betrouwbare bron gaat.

Brekend nieuws gaat snel

Door sociale media zoals Twitter gaat het nieuws tegenwoordig enorm snel. Tijdens belangrijke gebeurtenissen stroomt er een flinke hoeveelheid informatie binnen van mensen die ter plekke zijn. Het risico bestaat dan dat wanneer je dit klakkeloos overneemt je met fake-nieuws naar buiten komt. Hoe check je snel zulke informatie of brekend nieuws? Of laat je het aan je voorbijgaan, met de kans dat iemand anders met de primeur wegloopt?

Een aparte discipline

Factchecking is inmiddels zo’n beetje een apart vakgebied geworden, terwijl het vroeger gewoon één van de standaard taken van een journalist was. Zeker ook in verkiezingstijd speelt het factchecken een belangrijk rol. De digitalisering biedt gelukkig ook nieuwe kansen voor de checkende journalist. Er bestaat tegenwoordig “live factchecking” en dat zal de komende jaren alleen nog maar toenemen. Er zijn zelfs speciale websites die zich geheel wijden aan het verifiëren van nieuws en sommige reguliere media hebben speciale factchecking rubrieken. Met een goede factchecking kan de kwaliteitsmedia zich onderscheiden.

Bekende politiek verslaggevers

In Nederland hebben we een aantal politiek verslaggevers. Sommigen werken voor zichzelf, anderen zijn in dienst bij een mediakanaal. Sommigen zijn echt politieke junkies of worden ook wel “Binnenhof-watchers” genoemd.

Een aantal bekende gezichten:

Marloes Lemsom

Marloes is een politiek verslaggever die graag een vlijmscherp interview afneemt. Daarbij verstaat ze de kunst om droge stof voor een groter publiek toegankelijk te maken.

Frits Wester

Frits Wester loopt ook al een behoorlijk aantal jaren mee. Hij is parlementair verslaggever voor RTL Nieuws en een vertrouwd gezicht op de televisie, die soms ook zelf het onderwerp van het nieuws is. Een opvallende prestatie van Frits Wester is dat hij al vele jaren de nog niet uitgesproken troonrede weet te bemachtigen.

Emilie van Outeren

Emilie van Outeren is een politiek verslaggever die onder andere bij het NRC Handelsblad werkzaam is. Tijdens haar werk als journalist raakte ze vorig jaar nog gewond in Wit-Rusland.

Xander van der Wulp

Xander van der Wulp van de NOS is ook voor velen een bekend gezicht. In de aanloop van de verkiezingen in 2021 maakte hij samen met Herman van der Zandt en Marleen de Rooy iedere week een filmpje over de politieke gang van zaken rond het Binnenhof.

Wouter de Winther

Ook Wouter de Winther zien we regelmatig op televisie voorbijkomen. Bijvoorbeeld bij Jinek of Goedemorgen Nederland. Hij is politiek commentator voor het dagblad De Telegraaf en tot midden 2020 was hij hier bovendien chef parlement.

Jair Ferwerda

Veel mensen raakte bekend met Jair Ferwerda door zijn rol in de talkshow van Jinek. Zodra er iets gebeurde in politiek Den Haag was Jair Ferwerda er als de kippen bij. Maar hij had ook een flinke bijdrage in andere tv-programma”s. Eigenlijk heeft Jair Ferwerda meerdere beroepen, namelijk: freelance televisiepresentator, programmamaker en (politiek) journalist.

De politici

Een politicus (meervoud: politici) of politica (meervoud: politica”s) is iemand die een functie in de politiek heeft. In Nederland zijn er een aantal belangrijke politieke instituties, namelijk de ‘Koning, der Staten-Generaal’ en het ‘Rechtssysteem’. Er zijn ook nog drie ‘Hoge Colleges van Staat’ die formeel net zo belangrijk zijn, alleen hebben zij een minder politieke rol. ‘De Raad van State’ is hiervan de meest bekende.

Politieke partijen

Nederland heeft een aantal politieke partijen. Dit zijn eigenlijk organisaties die er op gericht zijn door aan de verkiezingen deel te nemen een bepaalde invloed te bewerkstelligen op het overheidsbeleid. Dat kan landelijk zijn of in een bepaald geografisch gebied zoals een gemeente of provincie.

De regering

De regering wordt gevormd door de Koning en de ministers, zo staat beschreven in art. 42 lid 1 van de Nederlandse Grondwet. De ministers vormen met elkaar de ministerraad, dat is eigenlijk de regering zonder de Koning. De ministerraad wordt voorgezeten door de minister-president. De minister-president wordt benoemd door een koninklijk besluit en eigenlijk is ieder besluit van de regering een koninklijk besluit. De staatssecretarissen zitten niet in de regering, maar wel in het kabinet. Een kabinet komt tot stand na een kabinetsformatie.

De premier

Sinds 1848 heeft Nederland een minister-president, alhoewel de term minister-president pas sinds 1945 bestaat. Daarvoor gebruikte men de term: “Voorzitter van de Ministerraad”. Het ambtstermijn van een minister-president is gewoonlijk vier jaar en er zit geen limiet aan het aantal termijnen dat mogelijk is. Informeel wordt er in deze functie ook wel over “de premier” gesproken. De minister-president is de voorzitter van de ministerraad en tevens de minister van Algemene Zaken. Hij of zij vertegenwoordigt daarnaast Nederland in de Europese Raad. Daarnaast draagt de premier de verantwoordelijkheid voor optreden van de leden van het Koninklijk Huis.

Het vertrouwen van de Staten-Generaal

Meestal komt de premier voort uit de grootste regeringspartij. In het verleden is hier nog weleens van afgeweken, maar dat is sinds 1973 niet meer voorgevallen. Meestal is de premier ook de formateur van het kabinet. Pas bij een geslaagde formatie zal hij de opdracht voor deze functie van de koning aanvaarden. Sinds 1983 staat er in de Grondwet dat de koning naar eigen inzicht iemand tot premier kan benoemen, maar tot nu toe is er altijd nog een premier benoemd die ook het vertrouwen geniet van de Staten-Generaal. Het Catshuis in Den Haag is de ambtswoning van de premier.

De verschillende ministeries

De eerste ministeries zijn ontstaan in 1815 en mettertijd zijn er steeds meer ministeries bijgekomen. Inmiddels hebben we 12 verschillende ministeries. Bij de ministeries vinden de voorbereidingen plaats als het gaat om het beleid, de wetten en de regelingen. Ook wat betreft het controleren en uitvoeren hebben ze een taak, hoewel deze taken soms ook uitgevoerd worden door externe partijen of rechtspersonen.

Wie is de baas

De minister bepaalt de politieke leiding van een ministerie en de hoogste ambtenaar is de secretaris-generaal. Deze twee werken nauw met elkaar samen. Onder de secretaris-generaal werken weer diverse directeuren-generaal die allemaal voor een gedeelte van het beleid verantwoordelijk zijn. Daaronder zitten weer diverse directies. De overige werknemers bij een ministerie zijn ambtenaren. Heeft een minister een speciale taak maar geen eigen ministerie, dan noemen ze dit een minister zonder portefeuille.

Voor bijna alles is een ministerie

Er zijn verschillende ministeries, zoals het Ministerie van Algemene zaken, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Er is ook een Ministerie van Defensie, een Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, een Ministerie van Financiën en een Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Tot slot zijn er nog de Ministeries van Justitie en Veiligheid, Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit, Onderwijs Cultuur en Wetenschap, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en als laatste Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Soms komt het voor dat bepaalde ministeries samengevoegd worden of juist opgesplitst. Zeker in het verleden kwam dit nog weleens voor. Ook in 2010 zijn er nog ministeries toegevoegd aan de reeds bestaande ministeries.

Politieke blunder

In de loop der jaren zijn er aardig wat politieke rellen geweest. De papieren die Ollongren onder haar arm droeg en waarop aantekeningen over de formatiebesprekingen waren te lezen was absoluut niet de eerste blunder die gemaakt werd. Foto”s of mailtjes die zijn uitgelekt, microfoons die nog aan stonden en zo zijn er nog vel meer voorbeelden van blunders. Ook de pijnlijke confrontatie van Klaas Dijkhoff met een 8-jarig jongetje dat uitgezet zou worden naar Irak kwam onder vuur te liggen. De kledingkeuze van de toenmalige premier Jan Peter Balkenende was ook niet altijd slim. Het T-shirt met de tekst “Fuck Drugs” tijdens een bezoek aan een bijeenkomst van Moedige Moeders was hier een goed voorbeeld van.

Uitspraken

Dan hebben we natuurlijk ook nog de beroemde uitspraak van Wilders: “Minder, minder, minder…” Die heeft ook aardig wat stof doen opwaaien met rechtszaken tot gevolg. Ook Minister Ank van Bijlveld van het Ministerie van Defensie moest het boetekleed aantrekken nadat ze flink had geblunderd met een tweet. Soms gaat het om een simpele taalblunder, zoals bij de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns. Die schijnt tegen Kennedy de volgende uitspraak gedaan te hebben: “”I fok horses” wat natuurlijk “I breed horses” moet zijn. Het laat in ieder geval zien dat politici ook maar gewoon mensen zijn.